zaterdag 22 februari 2014

Ahipara

Het internet zit mee en ik heb weer vanalles te vertellen, dus hier ga ik.

Na onze paar dagen in Paihia was het voor een nieuwe bestemming, deze keer Ahipara. Een klein dorpje, met slechts 1200 inwoners, geen supermarkt (maar wel een liquor store), schitterende uitzichten en prachtige villa’s. Onze hostel, de Endless Summer Lodge, is een oude Kauri villa en was bijzonder mooi en verzorgd voor een hostel. Kauri’s zijn eeuwenoude en gigantische bomen, waar ik het over zal hebben in de volgende blogpost (we hebben een aantal kauri’s gezien in Waipoua Forest).

Onze hostel dus, gemaakt uit oude bomen, die recht tegenover de oceaan lag, enkel gescheiden door een kalme weg. Achter de hostel lagen grote heuvels en in de verte kon je grote duinen zien. De keuken is sowieso de meest verzorgde die ik ooit heb gezien in een hostel en het terras (met BBQ en pizza-oven, overdekt door druiven) was er één om u tegen te zeggen. Maar genoeg over dit kleine paleis. Het strand tegenover de hostel is een stuk van 90 Mile Beach.











90 Mile Beach is een verraderlijke naam. Het strand is namelijk geen 90 mijl lang, maar eerder 90 km. Er zijn 2 mogelijke oorzaken voor dit misverstand. 1 ervan is dat de mensen die te paard op dit strand reden er geen rekening mee hielden dat paarden trager gaan in zand en dus minder kilometers afleggen dan gewoonlijk. De andere mogelijke oorzaak is dat Nieuw Zeeland juist naar het metrische systeem aan het overschakelen was, en dat er zo iets is foutgelopen.

In ieder geval, het is een lang strand en auto’s, trucks, bussen en quads mogen er op rijden.  Het is natuurlijk niet aangeraden voor iedereen, en dezelfde verkeersregels gelden als op de weg. Af en toe verdwijnt er blijkbaar eens een auto, omdat mensen geen rekening houden met de getijden.
Wij besloten wijselijk om op de baan te blijven, en zo naar Cape Reinga te rijden (bijna het meest Noordelijke punt van Nieuw Zeeland). Dat hebben we de 2de dag gedaan, de eerste dag hebben we gewoon wat rondgelopen op het strand.





                                                 Een zonnester, een soort van zeester.






De volgende dag zijn we dus naar de Far North gereden, via een iets langere (ongever 120 km) weg, maar wel iets veiliger. Natuurlijk waren we weer omringd door adembenemende landschappen, met soms zicht opde Tasmaanse Zee aan de linkerkant, en op de Pacifische Oceaan aan de rechterkant. Onderweg naar het meest noordelijke punt, kom je ondere andere de Te Paki Giant Sand Dunes tegen. Onze Belgische duinen zijn niet opgewassen tegen deze reuzen, die aan een woestijnlandschap doen denken. Deze duinen zijn een populaire toeristische attractie, veel touroperatoren bieden gratis ‘sandboards’ (gewoon bodyboards) aan om te surfen van deze duinen. Gezien we op ons eigen houtje naar hier waren gereden, was dat jammergenoeg niet voor ons, maar de duinen waren desalniettemin enorm leuk om op en vooral van te lopen.













Nadat we genoeg hadden van deze kleine woestijn met uitzicht op zee, zijn we verder gereden naar Cape Reigna. Voor de Maori is dit een heilige plek, omdat volgens hen daar de overledenen hun terugtocht naar het thuisland starten. Ongeloofelijk mooi natuurlijk, met een kleine vuurtoren, en zicht op de plaats waar de Tasmaanse Zee en de Pacifische Oceaan samenkomen. Voor de rest laat ik de foto’s voor zich spreken.











Nieuw Zeeland zou Nieuw Zeeland niet zijn als er niet een paar serieuze hikes waren die je kan doen op Cape Reigna. Er is een ruime keuze aan hikes, van een halfuur, tot meerdere dagen. Wij besloten om op onze 3de dag voor een hike van 4 à 5 uur te gaan (16 km), de Te Werahi/Twilight Loop Track, voor de connaisseurs. We zijn begonnen in een koeienweide, vervolgens zijn we door een moeras gelopen, over een soort houten loopweg (boardwalk), dan door een soort bos dat er verkoold uitzag, daarna door duinen, vervolgens over het strand, door een stroom, over een berg, terug van de berg, over een andere berg, over een klif, terug in een soort verkoold bos, terug op een strand, en daarna terug in de koeienweide. Een vrij gevarieerde hike dus, en ideaal om mijn wandelschoenen voor het eerst deftig in te lopen!










Zo zat onze vakantie in Ahipara en de Far North er op, en was het tijd voor de volgende bestemming: Omapere. Daarover volgende keer dus meer (er zal normaalgezien niet zoveel tijd tussen deze en de volgende blogpost zitten). 

vrijdag 7 februari 2014

Paihia

Vooraleer we beginnen te werken, willen we eerst een klein beetje zien wat Nieuw Zeeland te bieden heeft. Daarom besloten we naar het noorden van het Noordeiland te rijden met onze fantastische auto. Eerste bestemming in het noorden was voor ons Paihia, een klein (1800 inwoners) toeristisch dorp dat voor de Bay of Islands ligt. Bay of Islands, zoals het zegt, is een baai vol kleine eilandjes (ongeveer 150). Appelblauwzeegroen water, overal groene jungle, parelwit zand en een stralende zon.

Maar voor we daar toekwamen, moesten we natuurlijk eerst weggeraken uit Auckland. Sheila had nog nooit aan de linkerkant van de weg gereden én met een stuur aan de rechterkant van de auto, dus in het begin was het nog allemaal een beetje aanpassen. Hoe verder weg van Auckland echter, hoe kleiner de weg. En daarmee bedoel ik dat de autostrade of de highway hier maar 2 banen heeft, 1 voor elke richting. Heel aangenaam om op te rijden en veel minder druk dan een gewone autostrade. Ik vond Auckland al groen, maar dat was niets vergeleken met wat we buiten de stad te zien kregen. Overal waar je kijkt, zie je heuvels, bomen, gras, meren, koeien, schapen en blauwe lucht. En het stopt maar niet. Onze rit van Auckland naar Paihia was ongeveer 250 kilometer, en het was voor mij 250 kilometer lang genieten.





Onderweg zijn we een paar keer gestopt en één van die stops was de Piroa Falls. Watervallen op 6 kilometer van de autosnelweg. Dit was onze eerste kennismaking met de zijwegen van Nieuw Zeeland. Nieuw Zeeland is een bijzonder groot land en heeft heel veel wegen, en vele daarvan zijn niet geasfalteerd. De weg naar de watervallen was dus 1 van deze kiezelwegen. Het gaat een stuk trager en de auto wordt en niet schoner van, maar het voelt wel heel avontuurlijk aan. Dat gevoel wordt nog eens aangesterkt als je omringd bent door natuur en als je geen mens of auto tegenkomt.



Na een paar uur zijn we dan eindelijk aangekomen in Paihia. Het was iets later in de middag, maar de zon scheen nog volop en er waren verschillende wandelingen, dus besloten we direct in Paihia rond te lopen. Sheila was hier 3 jaar geleden al eens geweest en herinnerde zich vaag een heuvel met een prachtig uitzicht over de Bay of Islands. Dat hebben we de eerste dag niet gevonden, maar we konden toch niet klagen qua panorama.




De 2de dag zijn we naar de Haruru Falls gegaan, kleine watervallen in Waitangi, een dorpje naast Paihia. Het was een kleine hike, 5 kilometer heen, 5 kilometer terug, maar de zon brande hard. De natuur was prachtig, overal een overvloed aan verschillende planten, bomen, bloemen en vogels (en gelukkig niet te veel insecten). We hebben onder andere op een soort staketsel (het Engelse woord is “boardwalk”, ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen) door de mangrove gewandeld, en dan een tijd lang, door het bos, naast de rivier. Een pauze in de schaduw aan de bovenkant van de watervallen deed deugd!










Ons oorspronkelijke plan was om daarna te gaan kajakken, maar de zon scheen heel hard, en je verbrandt hier sowieso al sneller, dus besloten we nog een kleine hike te doen. We hadden eindelijk het uitzichtpunt waar Sheila het over had gevonden en zijn daar naartoe gegaan. Zoals jullie kunnen zien, ontbrak het niet aan mooie beelden.




En toen zat onze korte vakantie in Paihia erop en was het alweer tijd voor een nieuwe bestemming! Volgende keer zal ik het hebben over Ahipara en the Far North, het meest Noordelijke deel van Nieuw Zeeland. 

zaterdag 1 februari 2014

Auckland

Na enkele maanden doorgebracht te hebben in België met familie en vrienden, zit ik weer aan de andere kant van de wereld. Letterlijk deze keer, want Nieuw Zeeland is het 2de land waar ik een volledig jaar zal doorbrengen. Een jaar vol nieuwe plaatsen, mensen, belevenissen en wow-momenten, en hopelijk ook een jaar met nieuwe jobs.

Vooraleer ik jullie vertel wat ik allemaal gedaan heb tot nu toe, eerst wat over het verre Nieuw Zeeland. Dit uitgestrekte land telt 4,36 miljoen inwoners, die op 2 grote eilanden wonen. Het Noordeiland, waar zich onder andere de grootste stad Auckland (1,4 miljoen mensen) en de hoofdstad Wellington (393.000) bevinden. En het Zuideiland, waar slechts 1/4de van de bevolking woont. Omdat Nieuw Zeeland naast Australië ligt, lijkt het vaak kleiner dan het is. In werkelijkheid is het groter dan het Verenigd Koninkrijk.

Rond 1000-1200 N.C. kwamen de Maori toe in Nieuw Zeeland. Zij waren de eerste bewoners en zijn hier nog steeds. Bijna overal staat alles zowel in het Engels als in het Maori aangeduid. In 1642 kwam de eerste Europeaan, Abel Tasman, hier aan, maar door een dispuut met de Maori zette hij hier toen geen voet aan land. Pas in 1769 kwamen de volgende Europeanen hier aan land, James Cook en Jean de Surville.
Nu, tot zover deze kleine geschiedenisles. Terug naar 2014. Op 19 januari zette ik hier samen, met de Canadese Sheila voet aan wal. We waren 30 uur eerder vertrokken in Brussel op 17 januari, en hadden gestopt in Doha, Qatar en Perth, Australië. 
Hieronder een foto van Perth, gezien van uit de luchthaven.



We zijn toegekomen in Auckland en wilden hier enkele dagen bekomen van de zware jetlag (12 uur verschil met België).
Auckland is een enorm groene stad, en telt naar het schijnt 800 parken. Sommigen daarvan zijn niet echt groot, maar dat is desalniettemin zeer indrukwekkend. Telkens je je wat hoger bevindt en zicht hebt op de hele stad, zie je hoe groen het precies is. De ratio bomen/huizen is waarschijnlijk 50-50 en elk huis heeft precies een kleine jungle in zijn voor- of achtertuin. Vele van de huizen buiten Downtown zijn ook nog de originele coloniale huizen en zijn dus bijzonder mooi.





Juist voor je Downtown binnenwandelt, is er aan weerskanten van een drukke weg een kerkhof met graven van de in de jaren 1800. De natuur is hier door de graven gegroeid, maar vele zijn nog leesbaar. Het viel ons vooral op hoe oud de mensen hier in die tijd werden (enorm veel mensen die 90 en ouder zijn geworden). Ik vind kerkhoven normaalgezien altijd een beetje eng, maar dat is toch moeilijk te vinden als de zon fel schijnt en je precies in een kleine jungle bent.





De Skytower.



De haven van Auckland is ook serieus de moeite. Enorm veel mooie jachten natuurlijk, en felblauw water, met de zon die volop schijnt. Maar ook het havengebied zelf, dat wat industrieel is, is enorm leuk en origineel. Vele van de tanken voor opslag zijn ingekleed met stof en kleur, er is een speelplein, er zijn verschillende toffe restaurantjes, de vismijn heeft een tof terras. Je hebt er ook een mooi uitzicht op Downtown Auckland, met de fameuze Skytower, die overal bovenuitsteekt, en de hoogste toren is in het zuidelijk halfrond.







We hebben overnacht in 2 hostels in Mount Eden, een buurt op 20 minuutjes wandelen van Downtown, en, je raadt het al, aan de voet van Mount Eden, een oude, inactieve vulkaan die uitkijkt over heel Auckland.  Je bent ongeveer 20 minuutjes onderweg te voet naar de top, maar je kan er ook naartoe rijden, iets wat veel Aziatische touroperatoren blijkbaar doen.






Het uitzicht vanuit onze kamer in de 2de hostel.


We zijn 10 dagen in Auckland gebleven, omdat we dus wilden bekomen van de jetlag, maar ook omdat we op zoek waren naar een auto. Gezien we hier een jaar zijn en we zoveel mogelijk willen zien, dachten we dat het gemakkelijker zou zijn om een auto te kopen. We zijn naar verschillende automarkten geweest en hebben contact gehad met particulieren die hun auto verkochten, maar uiteindelijk bleek onze auto juist voor de hostel te staan. Een Duitser die hier met een Work and Travel visum was, vond dat hij zijn auto niet meer nodig had en besloot hem te verkopen. En zo is deze Nissan Primera nu van ons.
Vreemd genoeg, trouwens, is autoverzekering hier niet verplicht (wij hebben wel verzekering genomen, wees gerust).


Zo, dat was een beetje het begin van de reis. Ondertussen zijn we wat noordelijker, in het tropische Pahia, en daarover vertel ik jullie volgende blog meer!

Bedankt voor het lezen en tot snel (als het internet dat toelaat, want daarmee zijn ze precies wat achter hier)!