vrijdag 7 februari 2014

Paihia

Vooraleer we beginnen te werken, willen we eerst een klein beetje zien wat Nieuw Zeeland te bieden heeft. Daarom besloten we naar het noorden van het Noordeiland te rijden met onze fantastische auto. Eerste bestemming in het noorden was voor ons Paihia, een klein (1800 inwoners) toeristisch dorp dat voor de Bay of Islands ligt. Bay of Islands, zoals het zegt, is een baai vol kleine eilandjes (ongeveer 150). Appelblauwzeegroen water, overal groene jungle, parelwit zand en een stralende zon.

Maar voor we daar toekwamen, moesten we natuurlijk eerst weggeraken uit Auckland. Sheila had nog nooit aan de linkerkant van de weg gereden én met een stuur aan de rechterkant van de auto, dus in het begin was het nog allemaal een beetje aanpassen. Hoe verder weg van Auckland echter, hoe kleiner de weg. En daarmee bedoel ik dat de autostrade of de highway hier maar 2 banen heeft, 1 voor elke richting. Heel aangenaam om op te rijden en veel minder druk dan een gewone autostrade. Ik vond Auckland al groen, maar dat was niets vergeleken met wat we buiten de stad te zien kregen. Overal waar je kijkt, zie je heuvels, bomen, gras, meren, koeien, schapen en blauwe lucht. En het stopt maar niet. Onze rit van Auckland naar Paihia was ongeveer 250 kilometer, en het was voor mij 250 kilometer lang genieten.





Onderweg zijn we een paar keer gestopt en één van die stops was de Piroa Falls. Watervallen op 6 kilometer van de autosnelweg. Dit was onze eerste kennismaking met de zijwegen van Nieuw Zeeland. Nieuw Zeeland is een bijzonder groot land en heeft heel veel wegen, en vele daarvan zijn niet geasfalteerd. De weg naar de watervallen was dus 1 van deze kiezelwegen. Het gaat een stuk trager en de auto wordt en niet schoner van, maar het voelt wel heel avontuurlijk aan. Dat gevoel wordt nog eens aangesterkt als je omringd bent door natuur en als je geen mens of auto tegenkomt.



Na een paar uur zijn we dan eindelijk aangekomen in Paihia. Het was iets later in de middag, maar de zon scheen nog volop en er waren verschillende wandelingen, dus besloten we direct in Paihia rond te lopen. Sheila was hier 3 jaar geleden al eens geweest en herinnerde zich vaag een heuvel met een prachtig uitzicht over de Bay of Islands. Dat hebben we de eerste dag niet gevonden, maar we konden toch niet klagen qua panorama.




De 2de dag zijn we naar de Haruru Falls gegaan, kleine watervallen in Waitangi, een dorpje naast Paihia. Het was een kleine hike, 5 kilometer heen, 5 kilometer terug, maar de zon brande hard. De natuur was prachtig, overal een overvloed aan verschillende planten, bomen, bloemen en vogels (en gelukkig niet te veel insecten). We hebben onder andere op een soort staketsel (het Engelse woord is “boardwalk”, ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen) door de mangrove gewandeld, en dan een tijd lang, door het bos, naast de rivier. Een pauze in de schaduw aan de bovenkant van de watervallen deed deugd!










Ons oorspronkelijke plan was om daarna te gaan kajakken, maar de zon scheen heel hard, en je verbrandt hier sowieso al sneller, dus besloten we nog een kleine hike te doen. We hadden eindelijk het uitzichtpunt waar Sheila het over had gevonden en zijn daar naartoe gegaan. Zoals jullie kunnen zien, ontbrak het niet aan mooie beelden.




En toen zat onze korte vakantie in Paihia erop en was het alweer tijd voor een nieuwe bestemming! Volgende keer zal ik het hebben over Ahipara en the Far North, het meest Noordelijke deel van Nieuw Zeeland. 

zaterdag 1 februari 2014

Auckland

Na enkele maanden doorgebracht te hebben in België met familie en vrienden, zit ik weer aan de andere kant van de wereld. Letterlijk deze keer, want Nieuw Zeeland is het 2de land waar ik een volledig jaar zal doorbrengen. Een jaar vol nieuwe plaatsen, mensen, belevenissen en wow-momenten, en hopelijk ook een jaar met nieuwe jobs.

Vooraleer ik jullie vertel wat ik allemaal gedaan heb tot nu toe, eerst wat over het verre Nieuw Zeeland. Dit uitgestrekte land telt 4,36 miljoen inwoners, die op 2 grote eilanden wonen. Het Noordeiland, waar zich onder andere de grootste stad Auckland (1,4 miljoen mensen) en de hoofdstad Wellington (393.000) bevinden. En het Zuideiland, waar slechts 1/4de van de bevolking woont. Omdat Nieuw Zeeland naast Australië ligt, lijkt het vaak kleiner dan het is. In werkelijkheid is het groter dan het Verenigd Koninkrijk.

Rond 1000-1200 N.C. kwamen de Maori toe in Nieuw Zeeland. Zij waren de eerste bewoners en zijn hier nog steeds. Bijna overal staat alles zowel in het Engels als in het Maori aangeduid. In 1642 kwam de eerste Europeaan, Abel Tasman, hier aan, maar door een dispuut met de Maori zette hij hier toen geen voet aan land. Pas in 1769 kwamen de volgende Europeanen hier aan land, James Cook en Jean de Surville.
Nu, tot zover deze kleine geschiedenisles. Terug naar 2014. Op 19 januari zette ik hier samen, met de Canadese Sheila voet aan wal. We waren 30 uur eerder vertrokken in Brussel op 17 januari, en hadden gestopt in Doha, Qatar en Perth, Australië. 
Hieronder een foto van Perth, gezien van uit de luchthaven.



We zijn toegekomen in Auckland en wilden hier enkele dagen bekomen van de zware jetlag (12 uur verschil met België).
Auckland is een enorm groene stad, en telt naar het schijnt 800 parken. Sommigen daarvan zijn niet echt groot, maar dat is desalniettemin zeer indrukwekkend. Telkens je je wat hoger bevindt en zicht hebt op de hele stad, zie je hoe groen het precies is. De ratio bomen/huizen is waarschijnlijk 50-50 en elk huis heeft precies een kleine jungle in zijn voor- of achtertuin. Vele van de huizen buiten Downtown zijn ook nog de originele coloniale huizen en zijn dus bijzonder mooi.





Juist voor je Downtown binnenwandelt, is er aan weerskanten van een drukke weg een kerkhof met graven van de in de jaren 1800. De natuur is hier door de graven gegroeid, maar vele zijn nog leesbaar. Het viel ons vooral op hoe oud de mensen hier in die tijd werden (enorm veel mensen die 90 en ouder zijn geworden). Ik vind kerkhoven normaalgezien altijd een beetje eng, maar dat is toch moeilijk te vinden als de zon fel schijnt en je precies in een kleine jungle bent.





De Skytower.



De haven van Auckland is ook serieus de moeite. Enorm veel mooie jachten natuurlijk, en felblauw water, met de zon die volop schijnt. Maar ook het havengebied zelf, dat wat industrieel is, is enorm leuk en origineel. Vele van de tanken voor opslag zijn ingekleed met stof en kleur, er is een speelplein, er zijn verschillende toffe restaurantjes, de vismijn heeft een tof terras. Je hebt er ook een mooi uitzicht op Downtown Auckland, met de fameuze Skytower, die overal bovenuitsteekt, en de hoogste toren is in het zuidelijk halfrond.







We hebben overnacht in 2 hostels in Mount Eden, een buurt op 20 minuutjes wandelen van Downtown, en, je raadt het al, aan de voet van Mount Eden, een oude, inactieve vulkaan die uitkijkt over heel Auckland.  Je bent ongeveer 20 minuutjes onderweg te voet naar de top, maar je kan er ook naartoe rijden, iets wat veel Aziatische touroperatoren blijkbaar doen.






Het uitzicht vanuit onze kamer in de 2de hostel.


We zijn 10 dagen in Auckland gebleven, omdat we dus wilden bekomen van de jetlag, maar ook omdat we op zoek waren naar een auto. Gezien we hier een jaar zijn en we zoveel mogelijk willen zien, dachten we dat het gemakkelijker zou zijn om een auto te kopen. We zijn naar verschillende automarkten geweest en hebben contact gehad met particulieren die hun auto verkochten, maar uiteindelijk bleek onze auto juist voor de hostel te staan. Een Duitser die hier met een Work and Travel visum was, vond dat hij zijn auto niet meer nodig had en besloot hem te verkopen. En zo is deze Nissan Primera nu van ons.
Vreemd genoeg, trouwens, is autoverzekering hier niet verplicht (wij hebben wel verzekering genomen, wees gerust).


Zo, dat was een beetje het begin van de reis. Ondertussen zijn we wat noordelijker, in het tropische Pahia, en daarover vertel ik jullie volgende blog meer!

Bedankt voor het lezen en tot snel (als het internet dat toelaat, want daarmee zijn ze precies wat achter hier)!

dinsdag 20 augustus 2013

Hallo iedereen!

Na 4 weken Verenigde Staten komen we eindelijk aan bij Canada. We zijn namelijk hier op Work and Travel, dus zou het wat triest zijn om niets van dit prachtige land te zien. Op onze grote reis zijn we naar Vancouver Island geweest, en Whistler.

Vancouver Island is een eiland voor de kust van Vancouver, dat net iets groter is dan België, maar dat slechts 750.000 inwoners heeft. Tussen Vancouver en Vancouver Island liggen ook nog de Golfeilanden, daar hebben we er 1 van bezocht. We zijn naar Victoria, Tofino en Thetis Island geweest. Victoria vinden jullie onderaan op het kaartje, Tofino ongeveer in het midden in het westen, en Thetis Island ligt voor de kust van Chemainus, dat jullie iets boven Victoria kunnen zien.



Victoria is de hoofdplaats van British Columbia en met de ferry duurt het ongeveer 90 minuten om hier vanuit Vancouver te geraken. Het is één van de oudste steden in de Pacific Northwest (een regio in de westkust van Canada en de VS) en dat merk je onder andere aan de vele historische gebouwen. Victoria is wel bijzonder toeristisch en dat is te zien aan de vele toeristische mogelijkheden, en natuurlijk, aan de vele toeristen. Het is iets kleiner dan ik had verwacht, maar dat stoorde zeker niet.

Daar hebben we vooral gefietst. Er is bijzonder veel te zien in Victoria zelf en in de buurt, dus vonden we dat, met het prachtige weer, fietsen de beste optie was. Zo zijn we via een mooie fietsroute naar Mount Douglas gegaan, waar we onze fietsen aan de voet hebben geparkeerd en te voet naar boven zijn getrokken om van het uitzicht te genieten. 
We hebben ook langs de kust gefietst, wat voor nog meer mooie beelden zorgde. Voor de rest hebben we gewoon wat rondgewandeld in Victoria en zijn we naar het Royal British Columbia Museum geweest.













Tofino dan, een klein dorpje met amper 2000 inwoners, dat bekend staat om zijn vele mogelijke buitenactiviteiten. Surfen, walvis kijken, kajakken, hiken, wandelen… In de winter zijn er blijkbaar zeer indrukwekkende stormen, en mensen komen van ver om die te zien. Toen wij daar waren, viel het weer goed mee, maar was het niet superzonnig, zoals we hadden verwacht. Het dorp is supergezellig en heel erg rustig. Onze hostel lag juist aan het water van de baai en het zicht was er ongeloofelijk.
Daar hebben we eigenlijk voornamelijk rondgewandeld, om te genieten van de mooie natuur. We zijn ook gaan whale-watchen, wat dus inhoudt dat je in een bijzonder warm pak (best, want het is fris op de snelle boot) met een paar andere toeristen op zoek gaat naar walvissen. We hebben er een heleboel gezien en in totaal 3 verschillende soorten. We hebben ook zeeleeuwen gezien (en geroken), die aan het zonnen waren op een paar rotsen. Ik laat vooral weer de beelden voor zich spreken.



















De bedoeling was eigenlijk dat we onze reis zouden afsluiten met Banff National Park, maar de weergoden dachten daar anders over. Onweer teisterde de provincie Alberta dagenlang, waardoor de meeste autosnelwegen naar Banff waren afgesloten en het dorp zelf wat beschadigd was. Dus beslisten we maar naar Whistler te gaan, een bergstadje, ongeveer 2 uur ten noorden van Vancouver. Hier vonden gedeeltelijk de Olympische Winterspelen van 2010 plaats.




Door alle omstandigheden hadden we hier maar een paar dagen en daarvan hebben we gebruik gemaakt om uit te rusten (vermoeiend, al dat reizen) en te gaan raften (één van de coolste dingen die ik ooit heb gedaan). We hebben natuurlijk ook wat rondgelopen in Whistler, maar daar heb ik geen foto’s van. Voor het raften waren er meerdere mogelijkheden, qua tijd op het water en zo, maar we besloten om de langste optie te nemen. Zo waren we in totaal 8 uur bezig, waarvan ongeveer 3 uur op het water. We zijn begonnen op Elaho River, die dan uiteindelijk uitmonde in de Squamish River. Het regende en de hemel zag er behoorlijk grijs uit, maar zorgde alleen maar voor een groter gevoel voor avontuur. Vol moed besloot ik om helemaal vooraan in de boot te gaan zitten, waardoor ik constant nat werd door het opspattende ijskoude gletsjer water. Superkoud, maar o zo de moeite waard.







Ziezo, dat was wat betreft “de ongeloofelijke reis”, vanaf volgende keer gaat het weer over het gewone leven in Canada! Bedankt voor het lezen en tot de volgende!